Afrikaanse meisjes spelen Wari.

Het spel wordt gespeeld door 2 spelers. Het bord bestaat uit 12 kuiltjes, waarin in elk kuiltje 4 zaadjes worden gelegd. De spelers zijn na elkaar aan de beurt. De voorste 6 kuiltjes zijn van de ene speler, de andere 6 van de tegenspeler. Bij een beurt pakt een speler alle zaadjes uit 1 kuiltje aan zijn kant en verdeeld deze tegen de wijzers van de klok in naar de volgende kuiltje. Blijft er in het kuiltje waar het laatste zaadje gelegd wordt 2 of 3 zaadjes liggen, dan mag de speler deze nemen (alleen aan de kant van de tegenspeler !). Indien er in het kuiltje, voorafgaand aan het kuiltje waar de zaadjes uitgehaald zijn 2 of 3 zaadjes liggen, dan mogen deze ook geslagen worden. Het spel eindigt indien een speler niet meer kan zaaien of als geen van zijn zaadjes gelagen kan worden.

 

Wari

Wari behoort tot de groep van Mancala spelen, die al duizenden jaren in grote delen van Afrika en Azië worden gespeeld. De eerste afbeeldingen van dit spel komen uit de piramiden van Cheops. 

Het spel werd oorspronkelijk gespeeld door Afrikanen die kuiltjes in de grond of zand maakten en zo het spel speelden met zaden van struiken of bomen. Door de loop der tijd werd het spel door Afrikaanse slaven meegenomen naar andere gebieden. Zo is het spel uiteindelijk in Suriname en West Indië gekomen. 

Een houten Wari tafel afkomstig uit Afrika.